Powers, Richard:
Gen voor geluk : een revisie. – Uitgeverij Contact, 2009. – 399 p.
ISBN 978-90-254-3208-9 

‘Waarom zouden we onszelf niet beter maken dan we nu zijn? We zijn niet compleet. Waarom zouden we zoiets schitterends als het leven aan het toeval overlaten?’ 
 

In zijn nieuwste roman onderzoekt Richard Powers de impact van de wetenschap op ons leven, meer bepaald de impact van de genetica. We maken kennis met Russell Stone, een mislukte schrijver, Candace Weld, een klinisch psychologe, Thassa Amzwar, een Algerijnse vluchtelinge met een studentenvisum en Thomas Kurton, een genoomonderzoeker. Russell geeft avondlessen creatieve non-fictie. Een van zijn studenten, Thassa, verontrust hem omdat ze steeds vrolijk is, ondanks de gruwel die ze in haar vaderland heeft meegemaakt. Hij denkt dat ze aan hyperthymie zou kunnen lijden, abnormale vrolijkheid. Wanneer dit ter ore komt van Thomas Kurton, ziet die in haar de missing link voor zijn onderzoek: zij zou de drager kunnen zijn van ‘het geluksgen’.
 

Russell en Candace proberen Thassa te beschermen, ze zien dat ze zichzelf zal kwijtraken. Thomas ziet in haar enkel een interessant studieobject, voor de rest van de maatschappij is ze ofwel een redder ofwel een freak. In een tijdperk waarin  je private leven openbaar is, waarin  genomen eigendom zijn van een onderzoekscentrum en waarin de media alles overheersen, wordt de gelukkigste vrouw van de hele wereld voor de leeuwen gegooid, alleen maar omdat mensen niet tevreden zijn met wat ze hebben.

In deze roman gebruikt Powers de lessen van Russell: ‘schrijven is herschrijven’. Wat zou je veranderen aan je leven mocht je de kans hebben om je genomen aan te passen? Zou je voor eeuwig leven kiezen? Zou je kinderen op bestelling laten maken? In een wereld waarin de wetenschap steeds meer vorderingen maakt in het ontcijferen van ons DNA en haar bestanddelen, werpt dit boek een aantal prangende vragen op. (KV)