Claus, Hugo:
Het verdriet van België. - De Bezige Bij, 2008  

In het eerste boek ‘Het verdriet’ maken we kennis met Louis Seynaeve die op internaat zit bij de nonnen, waar hij uit de dagelijkse sleur vlucht door de werkelijkheid om te toveren met behulp van zijn fantasie; de nonnen krijgen bijnamen, hij verzint verhalen en gebeurtenissen. Hij richt het broederschap van de Apostelen op, slechts enkele van zijn vrienden mogen dit betreden. Ze hechten hierbij veel belang aan hiërarchie, loyaliteit en ridderlijkheid. Maar met dat de jongens ouder worden, verlaten ze het broederschap, net zoals Louis zijn enthousiasme voor het katholicisme achterlaat.

Het tweede boek vertelt over de Tweede Wereldoorlog, waarin de familie van Louis collaboreert met de bezetter. Louis zoekt andere middelen om de werkelijkheid te ontvluchten: hij sluit zich aan bij de Hitlerjugend, bespioneert  zijn moeder, fantaseert over meisjes, zoekt helden die hij kan aanbidden en begint verhalen te schrijven. Langzaam maar zeker wordt het hem duidelijk dat zijn fantasie hem niet zal redden en ziet hij de realiteit onder ogen, maar de grootste schok die hem naar het heden terugbrengt, krijgt hij misschien wel na de oorlog.

Claus’ meesterwerk, zoals Het verdriet van België al meermaals genoemd werd, leest verrassend vlot: de mengeling van observaties en fantasie zorgen voor een fris geheel, waarbij het soms zoeken is wat werkelijkheid is en wat niet. Het boek werpt ook een ander licht op de collaboratie van de Vlamingen: het wordt geschreven vanuit het standpunt van de “zwarten” zonder een oordeel te vellen. We krijgen een inzicht in het waarom van de collaboratie en de onwetendheid en de relatieve onschuld van sommige van hen. We volgen Louis op zijn tocht naar volwassenheid langs gekke nonkels en gefrustreerde tantes, collaborateurs en verzetslui, priesters en nonnen, bezetters en geallieerden. Hoog tijd om het meest ongelezen boek van Vlaanderen van die eerste plaats te halen. (KV)