Zeh, Juli:
Speeldrift. – Anthos, 2007. – 451 p.
ISBN 978-90-414-1205-8
Juli Zeh (Bonn, 1974) is juriste met specialisatie internationaal volkerenrecht en studeerde aan het Duitse Literatuurinstituut in Leipzig. Ze debuteerde in 2001 met de roman, Adler und Engel, een politieke thriller en liefdesgeschiedenis, die meteen een groot succes werd en onder meer in het Nederlands werd vertaald (Adelaars & Engelen). Spieltrieb (Speeldrift, 2004) betekende Zehs internationale doorbraak en in juni 2008 ontving de schrijfster de Prix Cévennes voor de roman, een literaire prijs voor de beste Europese roman die het afgelopen jaar in Franse vertaling verscheen. In de Duitse pers liepen de meningen uiteen over Zehs Speeldrift, maar binnen het Nederlandse taalgebied werd de roman zeer lovend ontvangen. Speeldrift speelt zich af op het prestigieuze Ernst Bloch-gymnasium in Bonn waar de veertienjarige Ada school loopt. Ada is een erg intelligent en belezen meisje en een eenzaat ten opzichte van de zogenaamde prinsessen op het gymnasium. Wanneer de nieuwe leerling Alev zijn intrede doet op Ernst Bloch denkt Ada een lotgenoot te hebben gevonden. De twee klasgenoten noemen zichzelf de nazaten van de nihilisten in de zin dat de nihilisten nog geloofden dat er iets was waarin ze niet konden geloven in tegenstelling tot nazaten ervan zoals Ada en Alev. Alev overtuigt Ada om de speltheorie in de praktijk toe te passen op hun school door de Poolse leerkracht Smutek te chanteren zodat in de afwezigheid van de moraal de regels van het spel gelden.
Juli Zeh noemt Speeldrift een gedachte-experiment waar ze mee begon doordat er steeds gesproken wordt over het verlies van normen en waarden in onze hedendaagse maatschappij. Zeh schetst in haar roman precies zo een wereldbeeld van een postideologische maatschappij waar in een moreel vacuüm wordt geleefd. Zeh zet de lezer actief aan het denken in haar roman door thema’s aan te snijden als terrorisme, de keuze tussen goed en kwaad en de geldigheid van het rechtssysteem. Dat dit boek een gedachte-experiment is, maakt sommige aspecten van het verhaal ongeloofwaardig, zo lijken de personages Ada en Alev soms nogal kunstmatig in de manier waarop ze praten en hun intelligentie etaleren. Ook het einde van Speeldrift lijkt niet erg plausibel in het echte leven, maar het was dan ook Juli Zehs bedoeling om met het einde van haar boek de lezer te provoceren. Naast de zwaarwichtigheid van de thema’s die worden aangesneden etaleert de schrijfster-juriste Zeh haar uitgebreide kennis en maakt ze vaak gebruik van filosofische uitweidingen. Het omvangrijke Speeldrift is geen licht leesvoer, maar leest wel vlot dankzij de vele plotwendingen. Het boek is een interessante kennismaking met een jonge Duitse schrijfster die momenteel erg in de belangstelling staat.
(TC)