De tuin van de Samoerai. – 13de druk. – Atlas, 1996. – 303 p.
ISBN 978 90 450 1202 5
In 1996 verscheen de Nederlandse vertaling van The Samurai’s Garden (1994), geschreven door de Amerikaanse auteur Gail Tsukiyama (°1957), de dochter van een Chinese moeder en een Japanse vader. De tuin van de Samoerai vertelt het verhaal van de Chinese jongen Stephen, een twintigjarige student, die net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door zijn vader naar het Japanse Tarumi wordt gebracht om er te herstellen van tuberculose. Stephen verblijft er in het huis van zijn overleden grootvader en wordt verzorgd door de zwijgzame Matsu. Na verloop van tijd ontstaat een hechte vriendschap tussen de twee en Stephen krijgt inzicht in het verleden van de introverte tuinkunstenaar. Matsu stelt Stephen ook voor aan Sachi die samen met andere lepralijders in het afgezonderde leprozendorp Yamaguchi woont.
Stephen werd naar Tarumi gestuurd voor zijn lichamelijke gezondheid, maar uiteindelijk blijkt zijn verblijf in de Japanse badplaats vooral ook een geestelijke verrijking te zijn. Stephen wordt voor het eerst verliefd. Hij krijgt inzicht in menselijke relaties en de Japanse cultuur, ontdekt de waarde van echte liefde en vriendschap, leert kijken naar innerlijke schoonheid en maakt kennis met religie en spiritualiteit. Op de achtergrond van dit ‘coming of age’ verhaal wordt de gespannen Chinees-Japanse verhouding steeds woeliger en komt de dreiging van de Tweede Wereldoorlog steeds dichterbij.
In De tuin van de Samoerai beschrijft Tsukiyama op sfeervolle wijze de serene en gereserveerde Japanse cultuur waar tuinen een expressie zijn van de innerlijke ziel. De achtergrond van Gail Tsukiyama als dichter is duidelijk merkbaar in de mooie, poëtische natuurbeschrijvingen en de sterke uitwerking van het personage Matsu. Door de dagboekstructuur leest De tuin van de Samoerai erg vlot. Het is een toegankelijke roman, maar het is vooral de sfeervolle schrijfstijl van Tsukiyama die dit boek tot een mooie leeservaring maakt. (TC)